Afwijzing GLB-steunaanvraag vanwege weigeren bedrijfscontrole

  • Afwijzing GLB-steunaanvraag vanwege weigeren bedrijfscontrole

    Een toezichthouder van het Controle Orgaan voor Kwaliteitszaken (COZK) bezocht een melkveehouder voor een bedrijfscontrole naar de naleving van gezondheidsvoorschriften bij melkproductie. De toezichthouder vertelde desgevraagd dat de controle niet vrijblijvend was en dat de gevolgen van weigeren van medewerking voor rekening van de melkveehouder kwamen. Desondanks verleende de melkveehouder geen medewerking aan de controle. De aanvraag voor de basis- en vergroeningsbetaling van het betreffende jaar werd vervolgens geheel afgewezen.

    In de beroepszaak voerde de melkveehouder aan, dat hij kort voor de bedrijfscontrole al een andere controle had gehad. Hij wilde daarom niet meewerken aan een nieuwe onaangekondigde controle. Het was hem niet duidelijk dat afwijzing van de inkomenssteun hiervan het gevolg zou zijn. Hij was daarover niet goed geïnformeerd.

    Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat RVO terecht heeft vastgesteld dat de melkveehouder de controle had verhinderd. Die erkende dat ook. Omdat EU-wetgeving dat dwingend voorschrijft, was RVO gehouden de steunaanvraag af te wijzen. Dat de melkveehouder kort voor de bedrijfscontrole al een andere controle had gehad, maakte dat niet anders en vormde geen geldige reden om niet mee te werken. Dat het de melkveehouder niet aanstonds duidelijk was, dat hij met zijn weigering de aangevraagde inkomenssteun op het spel zette, kwam voor zijn eigen rekening en risico. Hij moet zich als steun aanvragende professionele marktdeelnemer zelf informeren over de regels en verplichtingen van het GLB en heeft bovendien in de aanvraag (de Gecombineerde opgave) verklaard met die regels en verplichtingen bekend te zijn. Anders dan waarvan de melkveehouder uitging, hoefde de controle niet aangekondigd te worden.

    Opmerking redactie

    Komt een onaangekondigde controle u niet gelegen, weiger deze dan niet. Laat u echter niet weerhouden om duidelijk te maken dat de controle ongelegen komt en vermeld daarbij de reden. Het is dan aan de controleurs om te beoordelen of controle op een ander tijdstip mogelijk is.

    Bron: College van Beroep voor het Bedrijfsleven | jurisprudentie | 19-03-2024