Melden maïspercelen op zand- en lössgrond

  • Melden maïspercelen op zand- en lössgrond

    Op bouw- en grasland mag vanaf 16 februari drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib worden uitgereden. Er geldt een uitzondering voor bouwland (waarop dus geen gras als hoofdteelt staat), gelegen op zand- en lössgronden, waarop maïs geteeld gaat worden. In dat geval is het uitrijden van drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib pas vanaf 16 maart toegestaan.

    Grasland of bouwland

    In algemene zin geldt dat er sprake is van grasland als de grond voor ten minste 50% is beteeld met gras dat bestemd is om te worden gebruikt als veevoer door beweiding van de grond met dieren of door de winning van het gewas voor vervoedering aan dieren. Dan geldt de kortere uitrijdperiode niet. Wanneer gras bijvoorbeeld als vanggewas of groenbemester is geteeld, maar niet gebruikt wordt als veevoer, is er sprake van bouwland. Er mag dan niet voor 15 maart drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib worden uitgereden. 

    Maïspercelen uiterlijk 15 februari melden

    Om handhaving mogelijk te maken, dient de voorgenomen teelt van maïs uiterlijk 15 februari gemeld te worden bij RVO.nl. Hiervoor moet eerst in de perceelregistratie aangegeven worden op welke percelen maïs geteeld gaat worden. Daarna kan de melding ingediend worden. 

    Intrekken of wijzigen vanaf 16 februari tot uiterlijk 14 maart

    Vanaf 16 februari tot uiterlijk 14 maart kan de melding nog veranderd worden. De oppervlakte van een perceel kan dan kleiner gemaakt worden of een perceel kan geheel ingetrokken worden. Een perceel toevoegen kan na 15 februari niet meer. Ook niet, als men een perceel pas na 15 februari in gebruik heeft gekregen. Als de melding gewijzigd wordt, is het telen van maïs als hoofdteelt op het desbetreffende perceel voor dat jaar niet meer toegestaan. Het is in dat geval wel mogelijk om het perceel voor 15 maart te bemesten met drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib.

    Bij twijfel wel aanmelden

    Bij twijfel over of op een perceel maïs geteeld gaat worden, is het raadzaam het perceel wel aan te melden. Na de melding geldt geen plicht maïs te telen op het perceel. De kortere uitrijdperiode blijft wel gelden, behoudens tijdige intrekking van het perceel.

    Uitzondering

    Maïspercelen hoeven niet gemeld te worden als de maïs wordt geteeld met de biologische productiemethode en men hiervoor een Skal-certificaat heeft en als er suikermaïs onder folie wordt geteeld. In deze gevallen is de kortere uitrijdperiode ook niet van toepassing.

    Bron: Overig | publicatie | 12-01-2022