Uitbreiding NV-gebieden en verlaging mestnormen

  • Uitbreiding NV-gebieden en verlaging mestnormen

    De derogatiebeschikking 2022-2025 voorziet vanaf 2023 in een stapsgewijze, jaarlijkse afbouw van de omvang van de extra plaatsingsruimte voor graasdiermest bovenop de norm van 170 kg stikstof per hectare en stelt een aantal aanvullende voorwaarden. Vanaf 2023 is derogatie reeds niet toegestaan voor percelen, gelegen in een Natura 2000-gebied of een grondwaterbeschermingsgebied. In met nutriënten verontreinigde gebieden (NV-gebieden) geldt vanaf dit jaar al een lagere derogatienorm. Daarvoor zijn de zand- en lössgronden in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg, alsmede de gebieden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheemraadschap Delfland en Waterschap Brabantse Delta voorlopig aangewezen.

    Wijzigingen vanaf 2024

    De minister van LNV heeft nu de NV-gebieden, waar vanaf 2024 een lagere stikstofgebruiksnorm voor dierlijke mest gaat gelden, definitief aangewezen. In een zone van 250 meter rondom Natura 2000-gebieden is vanaf volgend jaar ook geen derogatie meer mogelijk. Daarnaast krijgen alle landbouwers in de NV-gebieden vanaf 2024 te maken met een korting op de totale stikstofgebruiksnorm.

    Aanwijzing NV-gebieden

    Naast de al voorlopig aangewezen gebieden worden veel meer regio’s in heel Nederland vanaf 2024 gerekend tot de NV-gebieden. Bij de aanwijzing van de NV-gebieden is onderscheid gemaakt tussen de aanwijzing op grond van de kwaliteit van grondwater (zand- en lössgronden in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg) en van oppervlaktewater. Enkele gebieden, die in 2023 als NV-gebied gelden in de waterschapsgebieden van Hollands Noorderkwartier, Delfland en Brabantse Delta, staan niet meer op de lijst. Reden hiervoor is dat de definitieve aanwijzing op een veel gedetailleerder niveau is gedaan, namelijk op basis van de toestroomgebieden van de KRW-waterlichamen. Of een perceel binnen een NV-gebied valt, wordt bepaald op basis van een topografisch perceel. Wanneer een perceel voor de helft of meer in een NV-gebied ligt, valt het perceel geheel binnen dit gebied.

    Bedrijven in de NV-gebieden, die gebruikmaken van derogatie, moeten de hoeveelheid extra dierlijke mest, die zij over hun percelen uitrijden sneller afbouwen dan in de rest van Nederland. Daarnaast mag op alle percelen in de NV-gebieden in 2024 5% minder stikstof worden geplaatst (dierlijke mest en kunstmest). Vanaf 2025 is dit zelfs 20%. Dit geldt dus ook voor bedrijven die niet deelnemen aan derogatie.

    Geen derogatie in zones rondom Natura 2000-gebieden

    Op topografische percelen, die voor de helft of meer in een zone van 250 meter rondom Natura 2000-gebiden liggen, is in 2024 en 2025 geen derogatie meer mogelijk. De gebruiksnorm voor dierlijke mest bedraagt dan 170 kg stikstof per hectare.

    Aanvullende maatregelen grondwaterbeschermingsgebieden

    De stikstofgebruiksnorm wordt in 2024 voor de percelen in NV-gebieden extra verlaagd met 5%. Hiermee komt de totale verlaging van de stikstofgebruiksnorm in deze gebieden uit op 10%. Deze verlaging gaat gelden voor teelten op topografische percelen in grondwaterbeschermingsgebieden die voor de helft of meer liggen in een NV-gebied dat is aangewezen vanuit grondwater.

    Verwerken wijzigingen in URM en Mijnpercelen

    De wijzigingen zullen worden verwerkt in een wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (URM), die voor 1 januari 2024 wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Daarna zullen de wijzigingen ook voor elk topografisch perceel zichtbaar worden gemaakt in Mijnpercelen.

    Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | publicatie | 12-12-2023